Voorgesprek

Voor aanvang van de tussentijdse toets/examen zal de examinator een aantal zaken met je doornemen en controleren:
- controle van je geldige legitimatiebewijs;
- controle geldigheid uitslag theorie examen;
- controle aanwezigheid ingevuld zelfreflectie formulier;
- algemeen inleidend gesprek.

Controle bij en in de auto

Terwijl je naar de auto toe loopt is er een eenvoudige ogentest: je moet de kentekenplaat van een auto op een afstand van ongeveer 25 meter afstand kunnen lezen. Bij of in de lesauto worden een aantal controlevragen over de auto gesteld.

Dit kan zowel in de auto zijn, maar ook buiten de auto over bijvoorbeeld de banden of je moet de vloeistoffen onder de motorkap controleren.
Soms wil de examinator de verlichting van de lesauto controleren.

Wij adviseren je de betreffende hoofdstukken nog eens door te lezen in je theorieboek.

De toetsrit

De toetsrit duurt ongeveer 35 minuten en daarbij komen zoveel mogelijk verschillende verkeerssituaties aan bod.
Tijdens deze rit word je op de volgende onderdelen beoordeeld:

Zelfstandig een route rijden

Zonder aanwijzingen van de examinator rijd je een deel van het examen je eigen route met behulp van het navigatiesysteem.
Soms kan de examinator je een clusteropdracht geven, bijvoorbeeld "ga aan het einde van de weg links, bij de sporthal rechts, na de spoorwegovergang de 2e weg rechts".

Het gaat er bij het zelfstandig van een route rijden om dat je laat zien dat je zelf verantwoorde keuzes maakt in het verkeer en de verkeerstaak overeind houdt.

Zelfstandig bijzondere manoeuvres uitvoeren

Tijdens je tussentijdse toets en examen voer je twee bijzondere manoeuvres uit.
Heb je bij de tussentijdse toets een positief advies gekregen voor je bijzondere manoeuvres? Dan hoef je deze bij het eerste praktijkexamen niet meer te doen.

Na de opdrachtgeving bepaal jij zelf waar en hoe je dat doet.
Dat je de auto hiervoor goed moet beheersen spreekt voor zich. Maar ook dat je de theorie kan toepassen.

De bijzondere manoeuvres die je moet kunnen uitvoeren zijn:
- omkeeropdracht: dmv steken, halve draai of bocht achteruit de auto omkeren;
- parkeeropdracht: fileparkeren vooruit en achteruit;
- parkeeropdracht: in een parkeervak haaks of schuin parkeren;
- stopopdracht: stoppen kort achter een geparkeerde auto en weer wegrijden;
- recht achteruit rijden;
- hellingproef: wegrijden op een helling.

Situatiebevraging

Als zich tijdens de toetsrit een bepaalde verkeerssituatie heeft voorgedaan, vraagt de examinator je de auto even aan de kant te zetten.

Je krijgt dan enkele vragen om na te gaan hoe je de verkeerssituatie hebt aangepakt en waarom op die manier.
Het betekent dus niet dat je een fout hebt gemaakt.

Deze situatiebevraging hoeft niet van te voren aangekondigd te worden.

Het is natuurlijk wel belangrijk dat je een theoretisch goed onderbouwd antwoord geeft.
De situatiebevraging kan in de beoordeling worden betrokken en kan dus zowel een positieve als negatieve invloed op je beoordeling hebben.

Milieubewust rijden

Voor een beter milieu én voor je eigen portemonnee is het belangrijk dat je milieubewust rijdt met de auto volgens de principes van Het Nieuwe Rijden. In het rijexamen wordt daarom onder meer aandacht besteed aan de bandenspanning en of je op het juiste moment schakelt.

Nabespreking

Na afloop van de rit wordt het resultaat met je besproken.
Hierbij wordt ook het zelfreflectie formulier betrokken die je bij aanvang aan de examenitor hebt overhandigd.