Examen

Theorie examen

Het theorie-examen bestaat uit 2 delen

Deel 1: 25 vragen gevaarherkenning.
Je moet hiervan minimaal 13 vragen goed beantwoorden.

Deel 2: 40 vragen verkeersregels en verkeersinzicht.
Je moet hiervan minimaal 35 vragen goed beantwoorden.

Je moet zowel voor deel 1 als deel 2 voldoende scoren om te slagen.
De uitslag is 1½ jaar geldig.

Je maakt het examen vanaf een tablet. De examenvragen worden niet voorgelezen.

Je kan door deel 2 van het examen bladeren en examenvragen markeren. Er geen antwoordtijd per vraag ingesteld.
Je kan dus zelf de examentijd indelen en een gemarkeerde vraag op een later moment tijdens het examen nog eens bekijken.
Deel 1 van het theorie examen heeft deze opties niet.

Uit de praktijk blijkt dat de theorie vaak wordt onderschat.
Daarom adviseren we je altijd (aanvullende) theorielessen en/of examentrainging te volgen.
Bel of app voor de mogelijkheden.

Verlengd theorie-examen

Tijdens het verlengde theorie examen krijg je in het 2e deel per vraag meer antwoordtijd, waardoor de totale tijd op ongeveer 15 minuten extra uitkomt.

Het verlengde theorie-examen is bedoeld voor leerlingen die gebaat zijn bij wat meer leestijd. Denk bijvoorbeeld aan kandidaten die licht dyslectisch zijn.

Individueel theorie-examen

Het individueel-theorie examen is bedoeld voor leerlingen die om wat voor reden dan ook, moeite hebben met het theorie-examen. Denk bijvoorbeeld aan faalangst of dyslectie.

Dit examen wordt 1 op 1 afgenomen met een CBR-medewerker.

Tussentijdse toets

Waarom de tussentijdse toets?

Je ervaart wat het is om praktijkexamen te doen en het kan je dus helpen om eventuele nervositeit weg te nemen.
De examinator beoordeeld je rijden, getoetst aan de officiële examennormen. Het verschil met het echte examen is dat je niet kan slagen of zakken, maar wel vrijstelling verdienen voor de bijzondere manoeuvres bij het 1e praktijkexamen.

Het belangrijkste is dat je een advies krijgt over de examenonderdelen waar je nog extra aandacht aan moet besteden.
Daardoor ga je optimaal voorbereid naar het praktijkexamen en vergroot je slaagkans met 30% !

Je krijgt een advies mee wat je nog moet verbeteren voor het praktijkexamen en de examinator verteld of je de vrijstelling voor de bijzondere manoeuvres hebt verdiend.

Praktijk examen

Het praktijkexamen is de afsluitende toets.
Je laat zien dat je de verkeersregels begrijpt, inzicht hebt in het verkeer, gevaar herkent en daar zelfstandig, veilig en sociaal mee omgaat.
Foutloos rijden hoeft niet en kan ook niet, wel dat je veilig rijdt.

De examenrit duurt ongeveer 35 minuten.
Tijdens de rit krijg je losse opdrachten, en opdrachten waarmee je zelfstandig rijdt: cluster-opdracht, oriëntatie-opdracht of navigatie-opdracht.

Direct na afloop van het examen krijg je de uitslag.

Faalangst examen

Voor leerlingen met faalangst.
De examinator die het examen afneemt is getraind om mensen met faalangst te begeleiden.

Dit examen duurt langer dan een regulier praktijkexamen, namelijk 80 minuten, maar is niet makkelijker dan het gewone praktijkexamen.
Tijdens het voorgesprek wordt de situatie als gevolg van je faalangst besproken. De examinator zal daar in het verloop van het examen rekening mee houden.

Ben je eenmaal op weg en de verlammende spanning slaat toe, dan kun je een time-out aanvragen.
De examinator kan je ook een time-out geven, als hij denkt dat je dat nodig hebt.

BNOR examen

Buro Nader Onderzoek Rijvaardigheid
Als je binnen 5 jaar vier keer bent gezakt voor het praktijkexamen, moet je elke volgende keer een BNOR-examen doen: een nader onderzoek rijvaardigheid.

Net als bij het faalangst examen is er meer tijd beschikbaar, is er meer persoonlijke begeleiding en er wordt op gelet dat de spanning niet te hoog oploopt.
Als het nodig is wordt de auto even langs de kant van de weg gezet om de zenuwen tot bedaren te brengen.

Vroeger noemde men dit het staatsexamen of examen bij het rijk.

Hoe gaat het praktijk examen

Voorgesprek

Voor aanvang van de tussentijdse toets/examen zal de examinator een aantal zaken met je doornemen en controleren:
- controle van je geldige legitimatiebewijs;
- controle geldigheid uitslag theorie examen;
- controle aanwezigheid ingevuld zelfreflectie formulier;
- algemeen inleidend gesprek.

Controle bij en in de auto

Terwijl je naar de auto toe loopt is er een eenvoudige ogentest: je moet de kentekenplaat van een auto op een afstand van ongeveer 25 meter afstand kunnen lezen. Bij of in de lesauto worden een aantal controlevragen over de auto gesteld.

Dit kan zowel in de auto zijn, maar ook buiten de auto over bijvoorbeeld de banden of je moet de vloeistoffen onder de motorkap controleren.
Soms wil de examinator de verlichting van de lesauto controleren.

Wij adviseren je de betreffende hoofdstukken nog eens door te lezen in je theorieboek.

De toetsrit

De toetsrit duurt ongeveer 35 minuten en daarbij komen zoveel mogelijk verschillende verkeerssituaties aan bod.
Tijdens deze rit word je op de volgende onderdelen beoordeeld:

Zelfstandig een route rijden

Zonder aanwijzingen van de examinator rijd je een deel van het examen je eigen route.

Dat zelfstandig rijden kan op verschillende manieren: De examinator kan je vragen naar een zichtbaar oriëntatiepunt te rijden, bijvoorbeeld een hoge toren of naar je school. Of je rijdt ergens heen met behulp van het navigatiesysteem. Ook kan de examinator je een clusteropdracht geven, bijvoorbeeld "ga aan het einde van de weg links, bij de sporthal rechts, na de spoorwegovergang de 2e weg rechts".

Het gaat er bij het zelfstandig van een route rijden om dat je laat zien dat je zelf verantwoorde keuzes maakt in het verkeer en de verkeerstaak overeind houdt.

Zelfstandig bijzondere manoeuvres uitvoeren

Tijdens je tussentijdse toets en examen voer je twee bijzondere manoeuvres uit.
Heb je bij de tussentijdse toets een positief advies gekregen voor je bijzondere manoeuvres? Dan hoef je deze bij het eerste praktijkexamen niet meer te doen.

Na de opdrachtgeving bepaal jij zelf waar en hoe je dat doet.
Dat je de auto hiervoor goed moet beheersen spreekt voor zich. Maar ook dat je de theorie kan toepassen.

De bijzondere manoeuvres die je moet kunnen uitvoeren zijn:
- omkeeropdracht: dmv steken, halve draai of bocht achteruit de auto omkeren;
- parkeeropdracht: fileparkeren of in een parkeervak haaks op de weg parkeren;
- stopopdracht: stoppen kort achter een geparkeerde auto en weer wegrijden;
- hellingproef: wegrijden op een helling.

Situatiebevraging

Als zich tijdens de examenrit een bepaalde verkeerssituatie heeft voorgedaan, vraagt de examinator je de auto even aan de kant te zetten.
Deze situatiebevraging hoeft niet van te voren aangekondigd te worden.

Je krijgt dan enkele vragen om na te gaan hoe je de verkeerssituatie hebt aangepakt en waarom op die manier.
Het betekent dus niet dat je een fout hebt gemaakt.

Het is natuurlijk wel belangrijk dat je een theoretisch goed onderbouwd antwoord geeft.
De situatiebevraging kan in de beoordeling worden betrokken en kan dus zowel een positieve als negatieve invloed op je beoordeling hebben.

Milieubewust rijden

Voor een beter milieu én voor je eigen portemonnee is het belangrijk dat je milieubewust rijdt met de auto volgens de principes van Het Nieuwe Rijden. In het rijexamen wordt daarom onder meer aandacht besteed aan de bandenspanning en of je op het juiste moment schakelt.

Nabespreking

Na afloop van de rit wordt het resultaat met je besproken.
Hierbij wordt ook het zelfreflectie formulier betrokken die je bij aanvang aan de examenitor hebt overhandigd.

Tips om te slagen

1. Zorg voor een goede voorbereiding

Het allerbelangrijkste is dat je genoeg lessen hebt gehad voordat je examen gaat doen. Je moet zelf het gevoel hebben dat je er klaar voor bent. Weet zeker dat je de volledige controle over het voertuig hebt. Als je zelf vindt dat je er nog niet klaar voor bent, dan kun je het beste nog een paar extra lessen nemen. Jijzelf kunt het beste inschatten hoe zeker je bent in je rijgedrag. Als je de tussentijdse toets hebt gereden, de hele examensituatie bij het CBR hebt ervaren en het advies van de tussentijdse toets ter harte neemt, kun je, in overleg met je instructeur, de beste inschatting maken hoe je er voor staat.

2. Maak er niet een te groot punt van

Veel mensen zien zo erg tegen een rijexamen op dat ze geen controle meer over zichzelf hebben. Realiseer je dat het eigenlijk niets bijzonders is. Je maakt gewoon even een ritje om te laten zien wat je geleerd hebt. Als je het rijden goed beheerst, kun je toch gerust een half uur met iemand rondrijden?

3. Bijzondere verrichtingen

Misschien wel het meest gehekelde punt bij leerlingen. Vooral fileparkeren is een gevreesde bijzondere verrichting. Maak je echter niet te druk om deze bijzondere verrichtingen. Ze hoeven, net als het rijden, niet foutloos te zijn! Het allerbelangrijkste is dat jij je aan de verkeersregels houdt en dat je goed blijft kijken. Als je bij het parkeren een keertje meer moet steken is dit helemaal niet erg. Zorg er alleen voor dat je geen gevaar voor andere weggebuikers vormt. Bij de omkeeropdracht hoef je niet meteen om te keren als je de opdracht krijgt van de examinator. Rij gerust nog een klein eindje door, zodat je het op jouw gewenste manier kan doen. Het belangrijkste is dat je de opdracht uitvoert. Wanneer je in een smalle straat rijdt hoef je dus niet alla minuut om te keren. Rij een stukje verder tot je bij een pleintje of een kruising komt, zodat je makkelijk kan keren.

4. Luister niet naar tips van anderen

Hoe goed sommigen het ook kunnen bedoelen, beter kun je niet luisteren naar de tips en fabels die andere mensen je vertellen. Het maakt je van slag en je gaat anders rijden dan je gewend bent. Vaak gaat de tip de ronde dat je de examinator overdreven moet laten zien dat je goed kijkt. De examinator ziet dit echter ook wel als je dit op een gewone manier doet. Uitgebreid achterom kijken is zelfs gevaarlijk. Rij niet sneller of langzamer dan anders. Rij de rit gewoon met de kennis die je vergaard hebt bij je lessen.

5. Probeer niet foutloos te rijden

Niemand kan foutloos rijden. Wanneer je een klein foutje maakt moet je niet meteen in paniek raken en denken dat je gezakt bent. Het gaat niet om de fout, maar de manier waarop je de fout oplost. Zo is het helemaal niet erg wanneer de motor afslaat wanneer je weg wilt rijden. Blijf rustig en los de situatie veilig op. Kijk goed om je heen, start de motor weer en rij op een veilige manier weg. Probeer nadat je zo'n fout gemaakt hebt de fout te vergeten en je te concentreren op de rest van de rit. Het is gebeurd en je  kunt er daarna niets meer aan doen. Maar je hebt daarna nog de tijd om te bewijzen wat je waard bent. Geef dus niet meteen op!

6. Rij zelfverzekerd en besluitvaardig

Ook al ben je niet zo zelfverzekerd, het is de kunst om over te komen of je dit wel bent. Kom niet twijfelachtig over bij andere bestuurders, juist dan maak je fouten. Als je voorrang hebt, neem die dan en aarzel niet te lang. De ander zal dan de voorrang van je nemen of er zullen ergnissen ontstaan. Toon initiatief in het verkeer en laat je examinator zien dat je actief deelneemt. Wanneer je onzeker overkomt zal dit invloed hebben op je geloofwaardigheid als een bekwame chauffeur. Denk je dat de examinator zich veilig voelt bij iemand in de auto die niet weet wat hij doet en zelfs niet zeker van zichzelf is? Het belangrijkste is dat iemand zich veilig voelt bij jou in de auto.

7. Voor het examen

Zorg voor het examen voor een goede nachtrust. Ga niet te laat naar bed en slaap niet te lang uit. Probeer niet te veel te denken aan het examen, hoewel dit misschien moeilijk is. Probeer je te ontspannen. Het gerucht gaat de ronde dat het eten van een banaan zorgt voor een betere concentratie en alertheid. Dit kun je altijd proberen. Neem geen versuffende medicijnen tegen de zenuwen. Deze hebben vaak een negatieve invloed op je alertheid en ze schaden meer dan dat je er baat bij hebt.

8. Gesprek

Voor aanvang van het examen vraagt de examinator of je het fijn vind om de radio aan te hebben of te praten tijdens het examen, of dat je dat liever niet doet.
Het is tijdens het rijden in ieder geval niet de bedoeling dat je het gesprek gaande probeert te houden.
Het is immers een rij-examen!